Deze weblog is bedoeld voor het publiceren van wat ik zoal schrijf aan gedichten, columns, artikels. Reacties zijn zeker welkom, via de weblog of als je het liever persoonlijk doet, via de mail: wadehaan@beautyfrompain.nl! Ik wil graag ontwikkelen in mijn schrijftalent, dus ook als je kritische reacties hebt: laat je stem horen! Misschien herken je dingen, heb je vragen... ook dan mag je gerust mailen, je krijgt altijd reactie terug. Steeds vaker krijg ik mails van meiden die bij me in de buurt wonen (Ede) en via via hier terecht zijn gekomen. Mocht je in real life eens een afspraak willen maken om verder door praten over wat je hebt gelezen - mail dan gerust.
De naam:
Misschien vraag je je af waar de naam Beautyfrompain.nl vandaan komt. 'Beauty from pain' is de titel van een liedje van de groep Superchick. (voor de tekst van dit nummer: http://www.azlyrics.com/lyrics/superchick/beautyfrompain.html) Dit liedje gaat over hoe God de pijn in onze levens gebruikt voor een hoger doel, Hij maakt het tot iets moois (beauty)
In mijn leven zijn verschillende gebeurtenissen geweest die pijn veroorzaakt hebben, maar waar ik nu van zie dat ze mijn schrijfsels tot leven hebben gebracht en hart hebben gegeven. Zonder de pijn en gebrokenheid in mijn leven, zouden mijn schrijfsels hun diepgang missen en misschien zou mijn schrijftalent niet eens ontdekt zijn.
Vandaar de naam: Beautyfrompain.nl!
De artikelen en gedichten die ik plaats, zijn vaak erg eerlijk over mijn eigen pijn, worstelingen, strijd. Ik heb er bewust voor gekozen om ook die stukken te plaatsen waarin ik zelf heel kwetsbaar ben. Het grootste doel van mijn schrijven en talent is dat mensen bemoedigd, aangeraakt, hersteld, getroost of uitgedaagd zullen worden. Ik heb mijn talent van God gekregen en als maar 1 persoon door deze website geraakt wordt, dan is het elke traan en moeite waarover ik iets heb geschreven, waard geweest.
In de Bijbel lezen we de geschiedenis dat 1 brood gebroken wordt om vele mensen mee te voeden. Ik hoop dat ook de gebrokenheid in mijn leven, zo werkzaam zal zijn.
Onuitwisbaar bleek jij te zijn. Jouw naam gekerfd diep in mijn wezen. Te lang probeerde ik je uit te vegen. Mijzelf verzettend tegen de kloof tussen heden en
verleden. Ik dwong mezelf om hard te zijn. Vergeten wilde ik alle
herinneringen. Desnoods verdringen met geweld. Strijden, vechten,
doorgaan met leven zonder jou. Maar zoveel ik vocht, zo vaak ik viel.
Gevecht tegen verlies valt niet te winnen.
Ik kan rennen, vluchten, gaan naar een plek waar jij niet bent. Maar
waar ik ook zal zijn, in mijn hart blijft de herinnering. Een terugzien
op een leven waarin jij bestond. Toen jou verliezen, nog geen optie
was.
Nu is alles anders.
Ik geef me over. Een witte vlag plaats ik, tussen heden en verleden.
Als een teken. Een teken van vrede. Vrede die mijn ziel geneest. Vrede
die kracht geeft om pijn tegemoet te zien. Want die komt. Zeker weten.
Maar ik wil de pijn omarmen. Niet meer bang zijn voor verlies. Ik wil
niet langer vluchten.
Verlies brengt winst.
Zij brengt mij tot dankbaarheid. Voor alles wat ik van jou heb geleerd.
De momenten samen. Het geluk wat ik mocht kennen. Ik dank God voor jou.
Verlies laat me voelen dat ik leef. Het confronteert me met realiteit.
Maar ook wekt ze in mij het verlangen naar een nieuwe wereld. Ze leert
me te waarderen. Het leven. Liefde. Vriendschap. Een nieuwe dag.
Onuitwisbaar zul je zijn. Dat mag je zijn. Want dat betekent liefde.
Bouwer zonder Bouwer
Artikel
|
17 November 2009 | 16:07:17
Bouwen
zonder Bouwer
n.a.v. 2 Samuël 7 &
Psalm 127
Soms
heb ik van die momenten dat ik zó intens geniet van iets moois dat ik zucht: ‘God, ik wou dat ik U kon laten
meegenieten’. Enigszins kinderlijk naïef en in mensenogen misschien wel oneerbiedig,
ik weet het. Maar ergens ook niet vreemd: als je veel van iemand houdt, wil je
diegene laten delen in alles. Zo ook met God: ik ben vaak zo gezegend en
gelukkig, dat ik niets liever wil dan Hem hierin te betrekken, en Hem iets wil
terug geven. Afgelopen week ontdekte ik dat ik hier niet alleen in stond. Ik
ben bezig met het leven van Koning David en stuitte op een bijzondere gebeurtenis:
Toen de
koning (David) zijn intrek had genomen in het paleis en de HEER
hem rust had gegeven door hem van al zijn vijanden te verlossen, zei de koning
tegen de profeet Natan: ‘Kijk nu toch! Ik woon in een paleis van cederhout,
terwijl de ark van God in een tent staat.’
Een andere situatie, maar wat ik herken bij
David is enerzijds de constatering van zegen en dankbaarheid in eigen leven en
anderzijds het verlangen om God iets terug te geven waarvan Hij geniet – een
uiting van dankbaarheid. Ik moest hierbij denken aan een liedje wat ik ooit
leerde van Elly en Rikkert: ‘Als je veel van iemand houdt, geef je het mooiste
wat je hebt, das heel gewoon!’ Met die intentie moet David hebben gekeken naar
zijn eigen paleis en vervolgens naar de tent waar de Ark (waar God in woonde)
zich in bevond. Hij wonend in een mooi paleis, God in een tent. Het moest niet
veel gekker worden.
De profeet Natan, die weet hoe serieus David
met God leeft, antwoordt dan ook: ‘Doe wat je hart je ingeeft, God staat immers
aan jouw zijde!’ Het kon toch niet mooier, zou je denken. En terwijl we de koninklijke
tempel op zien rijzen voor onze ogen, bekleed met goud en gemaakt van het beste
materiaal, worden we met beide voeten terug op de grond gezet. God bezoekt
Natan in de nacht met een boodschap die voor ons aanvoelt als een koude douche:
Natan, vertel aan David dat hij niet degene zal zijn die een tempel voor Mij
zal gaan bouwen. Ik geef deze taak aan Salomo, zijn zoon.
Is dat het dan? Sorry David, maar het feest
gaat niet door? Nee. Eigenlijk spreekt God prachtige woorden tot hem, over zijn
koningshuis. ‘Jouw koningshuis zal voor eeuwig voortbestaan en je troon zal
nooit wankelen’. Een verwijzing naar dé Zoon van David, Christus. En dat niet
alleen, God bevestigt David in zijn roeping en taak. Ik heb je achter de kudden
vandaan geroepen en je gebracht tot waar je nu bent. Maar nee David, jij gaat
voor mij geen tempel bouwen. Ik koos er
zelf voor om in tent en tabernakel te wonen.
Op andere plaatsen in de Bijbel[1]
lezen we dat God Zijn redenen had om deze bijzondere taak door te schuiven naar
Salomo. Er kleefde namelijk bloed aan Davids handen; hij was een man van geweld
en oorlog. Dit was nodig, om die rust te verkrijgen waarin Salomo uiteindelijk
de tempel heeft kunnen bouwen. God heeft andere plannen, voor David en voor
Salomo. Op Zijn voorwaarden en op Zijn tijd wordt de tempel gebouwd.
We lezen in 1 Kronieken 28 hoe David zelf de
materialen verzameld en een plattegrond maakt. Maar daar houdt dan ook zijn
invloed op: God heeft een grens gesteld. Het is opmerkelijk dat zijn zoon
Salomo vervolgens Psalm 126 schrijft: ‘Als de HERE het huis niet bouwt,
vergeefs zwoegen de bouwlieden’. Als God niet zelf de verantwoordelijkheid
neemt, kunnen mensen plannen maken – maar dan is het vergeefs. Zoals de NBG ’51
als opschrift boven de Psalm stelde: In ’s Heren zegen is ’t al gelegen’. Het
is vergeefs als je zwoegt en werkt als God niet de Bouwer is.
Als we kijken naar de bouw van een huis, wordt ons de bedoeling van deze tekst
duidelijk. Als er geen aannemer is die de boel bestuurt en weet hoe het
uiteindelijke resultaat moet worden, ontstaat er chaos. Dan zijn er mensen die
gaan bouwen aan een dak, terwijl de fundering nog niet af is. De riolering
wordt aangelegd, maar men houdt geen rekening met de indeling van het huis.
Iedereen doet wat goed is in eigen ogen – en dat werkt niet. Dan is het zwoegen
vergeefs.
Wij kunnen soms de mooiste ideeën hebben,
bouwplannen voor ons eigen leven of voor het koninkrijk van God. Met de beste
intenties bedenken we hoe goed dit initiatief zou kunnen werken, of hoe deze
relatie of gebeurtenis perfect past in Gods plan, ja het zal zelfs Hem
verheerlijken. Wat is het zuur om dan aan te lopen tegen een grens die God
stelt. Een grens, omdat God het idee, het tijdstip of de persoon niet
goedkeurt. Dan ontstaat er confrontatie: met God, met jezelf en soms met andere
mensen. Het zet je stil, bij eigen motieven en de plannen van God.
De reactie van David wist me te verrassen,
zoals wel meer in het leven van deze bijzondere man naar Gods hart. Na de
boodschap van Natan aangehoord te hebben, gaat David naar de tempel en zoekt
daar het aangezicht van God. Er is geen sprake van wrok, teleurstelling,
bitterheid. Nee, we zien een dankbaar man, die God aanbid. Hij richt zich niet
op het ‘nee’ van God, maar op de beloftes die hij mocht ontvangen. In dat licht
verbleken al zijn eigen ideeën en plannen. Hij ziet iets van wat Jesaja ooit schreef:
‘Zo hoog als de hemel is boven de aarde, zoveel hoger zijn Gods wegen en
gedachten dan die van ons’.[2]
Als God wegen voor ons afsluit, zijn we
geneigd om tegen die hindernis op te boksen. Vaak focussen we ons zo op het
‘nee’ dat we voorbij gaan aan de hogere wegen waarlangs God ons wil
leiden. Van Salomo leren we dat het
vergeefs is om ergens voor te zwoegen, als God niet zelf de
verantwoordelijkheid neemt. Dit zou ons bewust moeten maken van de vraag: Wie
is hier nu aan het bouwen? Wanneer mijn plan maar niet slaagt, mijn idee op
niets uit lijkt te lopen, dan kan het goed zijn om hier biddend over na te
denken. Durven we het aan om te horen dat God andere plannen heeft? Of voor een
later tijdstip kiest? Als dit het geval is, laat ons dan reageren zoals David.
Realiserend dat Gods wegen hoger zijn en ons richten op de beloften die Hij
geeft.
The pursuit of happiness
Artikel
|
30 September 2008 | 19:32:55
The Pursuit of Happiness
Door: Wietske Anne de Haan
‘’Zijn jullie echt gelukkig?’’ zo
klonk de vraag die gesteld werd toen ik eens met wat vriendinnen aan het
kletsen was. Zowel oppervlakkige girltalk, als zulke diepzinnige onderwerpen
kwamen langs. Het bleef stil. Er werd nagedacht. Voorzichtig werden er antwoorden
geformuleerd. Voorzichtig, zeg ik bewust, want zeggen dat je echt gelukkig
bent, dat doe je niet zomaar. Daar moet je over hebben nagedacht, verschillende
zaken tegenover elkaar hebben afgewogen. Ja toch? Zo zijn we dat gewend. Je
kijkt naar wat je hebt, maar ook naar wat er ontbreekt. Je denkt terug aan
afgelopen tijd en telt je zegeningen. Soms zijn het er in onze ogen maar bar
weinig. Anderen kunnen blijven tellen. Zoals Picasso ooit zei: Sommige mensen
zien in de zon een gele vlek, anderen zien in een gele vlek de zon. Het is maar
hoe je het bekijkt. (en het verklaart misschien zijn schilderijen)
Aan dit gesprek heb ik nog vaak terug
gedacht. Ik bleef er in mijn hoofd mee bezig. Geluk. Wat is dat nou werkelijk?
Was het zoals één van de meiden zei dat je pas echt gelukkig kunt zijn als je
onbezorgd bent? Logischerwijs trok ze hieruit de conclusie dat ze dus niet meer
echt gelukkig was, want haar onschuldige kindervisie op de wereld was ze kwijt
geraakt. Ontspoorde familie, gebroken harten, milieuproblemen, dierenleed,
kindermishandeling, diverse ziektes en de dood: als kind had je daar (waarschijnlijk) geen weet van en kon je inderdaad ‘gewoon’
genieten van je leven. Maar is dat het dan?
Een tijdje daarna maakte ik een
wandeling met twee jongens. Het was nog winter, maar de zon zorgde ervoor dat
het een prachtige lentedag was. Ik genoot optimaal van haar stralen op mijn
huid, de gezelligheid van die dag en het goede van het leven. Soms maakte ik
een rare bokkensprong, gewoon om te uiten wat in me leefde. ‘Pak me dan’
schreeuwde ik van binnen, terwijl ik rende over de paadjes en de adrenaline
door mijn lichaam gierde. Maar ik hield me in. De beide heren liepen rustig te
praten en ik paste me maar aan. Omdat we nog even wouden genieten van dit weer,
zochten we een bankje op. Voor mij zijn dit de optimale momenten voor een goed
gesprek. Ik vroeg aan ze met welk cijfer ze zouden aangeven hoe gelukkig ze
waren, op de schaal van 1 tot 10. Een rare vraag waarschijnlijk, maar die krijg
je nog wel eens als je met mij omgaat. Weer was het een tijdje stil. Vervolgens
luisterde ik naar de verhalen die los kwamen. De specifieke details zijn
ondertussen wel verdwenen maar één ding is me bijgebleven. Ze waren best
gelukkig, maar er ontbrak één ding. Iets waarvan ze dachten dat dit aan hun
werkelijk volmaakte geluk nog ontbrak. Een relatie. Iemand om dit alles mee te
kunnen delen.
Ik ben het nooit vergeten. Maandenlang bleef het nog in mijn hoofd hangen.
Geluk. Bij de één gekenmerkt door een onbezorgde levensstijl. Bij een ander
door een relatie. Geen van beide was op dat moment in mijn bezit. Er waren nog
genoeg dingen waar ik me soms zorgen over maakte, situaties die niet lekker
liepen, omstandigheden die niet volmaakt waren. Een relatie was ook niet in de
picture: tot dan toe nog geen man gevonden die me zó de moeite waard vond om er
werkelijk voor te gaan. Was ik dan niet gelukkig? De voorwaarden die mensen me
voorspiegelden bezat ik niet, dat klopt. Maar klopten deze dingen wel? De media
wil me hetzelfde laten geloven. Allerlei reclames verleiden me om een bepaald
product te kopen, want zonder dit is mijn leven niet compleet! Je wilt gelukkig
worden? Met deze lening kun je alles kopen wat je nodig hebt. Een nieuw
(vakantie-) huis, een andere auto, een zwembad. Met een stralende lach op hun
gezicht horen we de mensen praten. Gelukkig met hun nieuwe schuurtje, bekostigd
door een fikse hypotheek. Een nieuwe bank, op afbetaling. Het kan haast niet
mooier. Toch?
Oké, er zijn ook veel mensen die weten dat bezit niet alles is. Die naar die
reclames kijken en grinniken omdat het zo triest overkomt. Bij zichzelf
denkend: gelukkig weet ik beter. Geld maakt niet gelukkig. Maar waar halen zij
dan hun geluk vandaan? Kijken ze niet met veel plezier naar
make-overprogramma’s, datingshows of films waarin mensen elkaar vinden? We zijn
zo ingesteld op een happy ending, dat een slechte afloop ons irriteert. ‘’Nee,
een film moet goed aflopen’’. Het echte leven is al confronterend genoeg.
Ten diepste klinkt in ons allen de schreeuw naar geluk. En is er gebrek aan in
onze eigen levens, spiegel het ons dan in ieder geval voor in wat we zien. Hoe
vaak horen we dit niet terug in het menselijk streven: geluk. Voor onszelf en
de wereld om ons heen. De manier waarop we het denken te vinden is misschien
verschillend. Een aantal voorbeelden?
Relaties
Ik noemde het al even. Ontzettend veel mensen vinden dat geluk afhangt van een
relatie. Hoe ouder je wordt, hoe vaker je gevraagd wordt waarom je nog alleen
bent. Het is de norm waaraan je op een gegeven moment toch wel moet voldoen.
Als het dan wat langer duurt voordat je aan de partner gaat (alsof het ook zo
makkelijk te regelen valt), dan moet je leven toch echt wel gekenmerkt worden
door eenzaamheid. Wat dus in vele gevallen ook zo is, want je gaat al snel
geloven in wat je wordt verteld. Als christen kun je dan ook nog een geestelijk
argument gebruiken: het is niet goed dat een mens alleen is en tenslotte
zijn twee beter dan één. Gedreven door
eenzaamheid en een verlangen naar geluk, duiken mensen dan ook vaak een relatie
in. Ja zeker wel met verliefde gevoelens… maar vaak blijft het werkelijke
motief over als de kriebels zijn weggeëbd. Ook binnen een relatie kun je
eenzaam zijn. Ook die ander maakt nog zoveel fouten en kwetst je wel eens. En altijd
gelukkig zijn met elkaar blijft eerder uitzondering dan regel. Er komt sleur,
tegenslag… de ander is niet altijd meer zo leuk als in het begin… en dan kan
het zélfs zo zijn dat je verliefd wordt op een ander. Misschien dat je daarmee
wel gelukkig wordt. Ja ja. Hoe lang houden we onszelf nog voor de gek?
Als je mét een relatie eenzaam bent en je leeg voelt, dan zal dat niet zomaar
veranderen. Even kan het lijken alsof je perfect gelukkig bent samen, maar na
een tijdje zul je merken dat de realiteit je inhaalt. Dan zul je de ander
moeten vergeven dat hij of zij ook maar gewoon mens is en je niet geeft wat je
ten diepste verlangt.
Overigens is dat niet enkel het geval in een liefdesrelatie. Soms streven we
ook vriendschappen na, enkel om ons het gevoel te geven dat we populair zijn,
gekend en geliefd worden. Natuurlijk is samen ook veel leuker en alleen is maar
alleen, maar zolang je zult blijven verwachten dat anderen je gelukkig maken,
zul je telkens weer bedrogen uitkomen. En weet je? Het vervelende van het
zoeken naar geluk bij anderen, brengt zoveel schade met zich mee. Je gebruikt
anderen en geeft jezelf, maar na verloop van tijd blijf je achter met nog meer
verwondingen. Je berokkent vaak een hoop ellende: je doet beloftes die je niet na kunt komen,
breekt harten en wordt zelf gebroken.
Seks
Met enige schroom wil ik toch iets zeggen over dit onderwerp, zij het in
gebreke. Om me heen heb ik voorbeelden gezien van mensen die, op zoek naar
geluk en intimiteit, verstrikt raakten in pornografie, masturbatie of in een
seksuele relatie die eigenlijk niet goed was. Afgelopen week las ik in een
populair meidentijdschrift hoe een jong meisje al dertig tot veertig
sekspartners had gehad en waarom? Omdat het zo’n fijn gevoel was. Intimiteit
zonder toewijding. Wel de lusten, maar niet de lasten. Het voelt zo goed en het
vult ons hart… voor even. Want ook dit ebt na een tijdje weer weg. Het euforische
gevoel blijft niet eeuwig hangen en je hebt weer een nieuwe kick nodig om
gevuld te worden. Vaak lijkt het leven van de moderne mens een leven te zijn
van kick na kick. Iets wat we overigens niet alleen terug zien op seksueel
gebied, maar daar later meer over.
Meestal zijn ook de verwachtingen die mensen hebben, niet reëel. Er volgen
teleurstellingen. Er wordt van alles uit de kast gehaald om het maar leuk te
maken. Het moet veel en goed. En kun je daar niet aan voldoen? Voor jou tien
anderen. Vrouwen zijn gedegradeerd als lustobjecten waaraan mannen plezier
kunnen beleven en veel vrouwen laten dit (helaas) ook toe. Op zoek naar geluk
zuigen we elkaar leeg. We zijn mijlenver van het plan van God verzeild geraakt.
Macht en
positie
Nog zo’n spannend onderwerp.
Macht en positie. Een tijdje geleden hoorde ik een gesprek tussen twee
zakenpartners. Ze spraken over een belangrijke deal en over de successen die ze
in het verleden hadden behaald. Tijdens de bezigheden die ik ondertussen deed,
moest ik soms even zachtjes grinniken. Hun beider ego’s werden uit de kast
gehaald en flink opgepoetst.
Het was al wat later op de avond en toen ze uiteindelijk samen weggingen om nog
een hapje te eten, vroeg ik me af hoe hun gezinssituatie zou zijn en wat voor
prijs er ooit was betaald om het zover
te schoppen. Misschien dat het juist voor mannen erg goed voelt om een hoge
positie te bekleden, toch kunnen vrouwen er ook wat van. Leiderschap is op dit
moment een actueel thema: we streven er bijna allemaal wel naar om een beetje
macht uit te oefenen. Een klein koninkrijkje, geregeerd door ons. Als iemand
streeft naar een belangrijke positie vraag ik me altijd af wat de
achterliggende motieven zijn. Ook bij mezelf moet ik die vraag regelmatig
stellen. Waarom doe ik wat ik doe? Wat wil ik ten diepste hiermee bereiken?
Durven we nog eerlijk toe te geven dat er vaak ook een stukje van ons ego bij
komt kijken? Of zijn we daar al te ver voor heen? We hebben het nodig om elkaar
te bevragen op onze drijfveren en dat niet alleen: we hebben het nodig om met
God over deze dingen te spreken en onszelf te laten veranderen. Jezus is daarin
een groot voorbeeld voor ons. Hij die aan God zelf gelijk was, heeft die
positie niet krampachtig en voor eigen eer willen vasthouden, maar deed er afstand
van en werd als een dienstknecht (parafrase van Filippenzen 2:6-8).
Bezit en rijkdom
In het eerste gedeelte van dit artikel noemde ik al enige voorbeelden
hiervan. Ik denk dat dit ook iets is, waarin we onszelf gemakkelijk herkennen.
Hoe vaak denken we niet (soms onbewust) dat geld ons werkelijk gelukkig maakt.
Door de vromen onder ons, word ik hierin direct gecorrigeerd: geld op zich
maakt niet gelukkig, maar ik kan soms wel dingen er mee kopen die me geluk
brengen. Of: geld maakt niet gelukkig maar het is toch fijn als je er voldoende
van hebt. In welke woorden je het ook zegt, eigenlijk verschilt het niet
zoveel. We willen allemaal genoeg geld en bezittingen, daar komt het op neer.
En wat genoeg dan precies is, ach, dat verschilt per persoon. Voor de één is
genoeg een zwembad in de tuin, een auto met tom-tom en drie vakanties in een
jaar. Een ander is blij met een leuke woning en een paar gouden ringen om de
vingers.
Een sobere levensstijl is bij geen van ons nog een optie. We hebben het geld er
toch voor? En als je hebt, moet je het gewoon doen. Dit zeggen we toch
letterlijk tegen elkaar? Ik hoor het tenminste regelmatig en ja, ook uit mijn
eigen mond. Maar is dit wel zo? In de Bijbel lees ik eigenlijk nergens terug
dat Jezus zegt: ach, als je het geld hebt, leef er dan royaal van, je kunt het
je veroorloven. Het rare is dat ik wel ergens heb gelezen dat Hij iemand
opdraagt zijn huis en alles wat hij had, te verkopen en het geld weg te geven
aan de armen. Of dat Hij leerde dat je
hier op aarde geen schatten hoeft te verzamelen maar boven alles het koninkrijk
van God te zoeken.
Voor predikers van een welvaartsevangelie, komt het goed uit dat we vaak zo
gefocust zijn op geld en bezit. Hun woorden vallen in goede aarde en dragen
daardoor snel vrucht.
Religie?
Deze laatste (misschien scherpe)
woorden, brengen me bij het laatste punt. Niet toevallig noem ik dit op het
eind van mijn opsomming, want ik besef me dat ik me hiermee op glad ijs ga
wagen en misschien wel lezers kwijt raak. Zolang ik beweer dat we geluk zoeken
in seks, relaties, bezit, macht, gaat iedereen nog met me mee. Het raakt wel
een beetje aan onze levens, maar we kunnen het nog wel relativeren. Het wordt
anders als ik nu ga zeggen dat we ook in religie ons geluk zoeken. We zien
steeds meer kerken een evangelie prediken van happiness and prosperity: geluk
en overvloed. God wil boven alles dat we gelukkig zijn, dat onze levens spoedig
verlopen en dat we als koningskinderen een weldadig leven zullen leiden. Jezus
heeft Zijn leven gegeven om daarvoor te zorgen. De thema’s die ik vandaag de
dag tegenkom in de prediking, zijn: de Heilige Geest, genezing, de
bovennatuurlijke wereld, engelen, de gaven van de Geest, het wandelen in je
roeping, emotionele genezing, het nastreven van je dromen, 10 manieren om
succesvol christen te worden, 5 sleutels tot overvloed en 7 stappen tot
genezing. Dit valt, opnieuw, in goede
aarde. Op zoek naar geluk, spreken deze woorden ons aan. Wie wil er nou niet
zo’n prachtig leven leiden? Alles is erop gericht om ons een goed gevoel te
geven: de lichten worden gedimd, de muziek wordt op een bepaalde manier opgezet,
de preek is van de juiste lengte en de boodschap is zoet voor onze oren. Onze
natuurlijke oren, wel te verstaan. Als we zouden luisteren met ons geestelijke
onderscheidingsvermogen, zou het ons na een tijdje misselijk maken – als een
kind wat teveel snoep heeft gegeten. Het leek zo mooi en lekker, maar na een
beetje heb je er voldoende van gehad. We
hebben namelijk meer nodig om onszelf te voeden, snoep vult niet en bouwt ons
lichaam niet op. Begrijp me niet verkeerd: een aantal boeken uit mijn kast
beslaat ook onderwerpen als die ik net opsomde en in het verleden is er, denk
ik, te weinig aandacht aan besteed. Maar het evangelie, zoals ik het lees in de
Bijbel, is er nooit op gericht geweest om ons een fijn gevoel te geven en om te
worden gebruikt voor ons plezier.
Voordat ik met dit laatste gedeelte verder
ging, heb ik eerst nagedacht. Ik kon niet zomaar verder gaan. In tussentijd
keek ik de film ‘The pursuit of happiness’, die me uiteindelijk de titel van
dit stuk liet bepalen. Het najagen van geluk. In de film zie je hoe een
alleenstaande man ervoor vecht om gelukkig te worden, samen met zijn zoontje.
Het laat ook zien wat soms de prijs kan zijn van dit streven en het geeft weer
dat veel dingen in het leven niet te betalen of te plannen zijn.
Ik heb lang nagedacht over wat ons nou
ten diepste geluk geeft en hoe het dan zit met al die andere dingen. Op welke
waarde moeten die worden geschat? Is het inderdaad zo dat we al deze dingen als
christenen niet teveel moeten waarderen of misschien zelfs moeten mijden? Ik
denk het niet. Ik ben tot de conclusie gekomen, dat al deze dingen ons juist
wijzen op en naar de bron van geluk – God. Niet de dingen op zichzelf, maar de
verlangens die eraan ten grondslag liggen, zij brengen ons naar het Kruis, naar
Christus. Daarom is het van groot belang dat we de verlangens die we hebben,
gaan zien als signalen van ons hart, die aangeven dat er iets aan de hand is[*].
Waarom is er in ons een sterk verlangen naar intimiteit, gezelschap, positie,
aanvaarding, vergeving, controle, geluk? Omdat al deze zaken ons brengen bij
Christus. Hij is degene waar we alles in vinden wat we nodig hebben. Al deze
verlangens vinden hun vervulling in Hem. In onze honger naar romantiek, liefde,
intimiteit, geborgenheid, vinden we een God die ons lief heeft en met wie wij
een relatie mogen aangaan die alle (romantische) relaties hier op aarde zal
overtreffen. Waarom? Omdat het is waar we voor gemaakt zijn. Alle pleziertjes
op deze aardbol zijn surrogaat bij wat God ons geeft: Zijn Zoon. Het is niet
voor niets dat we geluk willen najagen, het is iets wat God in ons heeft gelegd
en wat tot uiting komt in wat we van Hem ontvangen. Ja, we mogen genieten van
de dingen om ons heen, van liefde, van de schepping, van alles wat we hebben
gekregen van God. We mogen ervan genieten, want het zijn geschenken van God.
Maar we zijn te snel tevreden. Het is als een kind wat wordt meegenomen naar
een speelgoedwinkel en bij de eerste de beste teddybeer blijft zitten, terwijl
er nog een hele winkel op hem wacht. In plaats van dat we gaan zoeken naar de
Gever en wat Hij ons in Zichzelf wil geven, stellen we ons tevreden met de
dingen hier op aarde – die ons niet vervullen. En dat is logisch, want dat was
ook niet het doel ervan.
Misschien klinkt het, in dit licht
gezien, ons dan ook niet vreemd in de oren dat God ons soms juist die
‘geschenken’ afneemt, om ons te brengen naar Hem. Juist de zaken waarin wij ons
geluk zoeken, ontneemt God ons… en we ontdekken dat er veel meer is. Dat we ons
mogen verlustigen in Hemzelf en dat we ons veel te lang tevreden hebben gesteld
met minder. De teddybeer wordt ons afgenomen en we ontdekken dat er een wereld
voor ons open gaat - een wereld waarin aanbidding, gebed, Gods Woord en Hem
kennen, datgene geeft waar we altijd naar zochten: geluk.
Voor verdere overdenking hiervan, wijs ik op het boek ‘Verlangen
naar God’ – Overdenkingen van een christenhedonist- van John Piper.
[*]
Dit is een gedachte die deels gebaseerd is op
een uitspraak van Alychet v/d Hooning in haar boek ‘Groeien naar heelheid’.